Resultaten inventarisatie rouwzorg door vrijwilligers 2004/2005
Deze inventarisatie is door 115 mensen ingevuld. Na kritische verwerking bleek een aantal respondenten niet echt binnen de beoogde onderzoeksgroep te vallen.
Uiteindelijk zijn 103 vragenlijsten verwerkt.
Onder de organisaties zijn vertegenwoordigd: welzijnsstichtingen, zelfstandige vrijwilligersgroepen, steunpunten voor rouwzorg aan nabestaanden van zelfdoding, VPTZ-instellingen, kerkelijke instanties, parochiale groepen, Humanitasafdelingen, vrijwilligers van de stichting Elisabeth Kübler Ross, stichting Achter de Regenboog en de Vereniging Ouders van een Overleden Kind.
Dit onderzoek moet gezien worden, als een eerste verkenning naar de stand van zaken in vrijwillig rouwzorgverlenend Nederland. Het onderzoek is niet representatief in de zin dat hiermee een totaalbeeld van de verleende zorg zichtbaar wordt.
Wel geeft het inzicht in de dagelijkse praktijk van 103 groepen/organisaties waar naar hun eigen inschatting in totaal ruim 1200 vrijwilligers zich inzetten voor de ondersteuning en begeleiding van in totaal 3530 nabestaanden per jaar.
Het aantal respondenten per organisatie zegt niets over de hoeveelheid vrijwilligers of nabestaanden die bij deze organisatie werkzaam zijn.
Aangezien Humanitas als organisatie door haar grote aantal afdelingen zeer goed vertegenwoordigd is met 40 respondenten, is dit waar nodig in de resultaten vermeldt om vertekening tegen te gaan.
Provincie waarin de organisaties werkzaam zijn:
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| Groningen |
|
||
| Friesland |
|
||
| Drente |
|
||
| Overijssel |
|
||
| Gelderland |
|
||
| Flevoland |
|
||
| Noord-Holland |
|
||
| Zuid-Holland |
|
||
| Utrecht |
|
||
| Zeeland |
|
||
| Noord-Brabant |
|
||
| Limburg |
|
||
| Heel Nederland |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Informatieve vragen over het vrijwilligersbeleid
Ruim driekwart weet waarom een vrijwilliger voor zijn bewuste organisatie kiest.
Hoe lang zijn vrijwilligers betrokken bij de organisatie?
Hoeveel vrijwilligers in Rouwzorg zijn op dit moment actief binnen uw afdeling/regio?
Aanbod redelijk stabiel
Het aanbod aan rouwzorg is de afgelopen vijf jaar bij 39 respondenten gewijzigd. 30 respondenten gingen over tot een uitbreiding, 7 tot een inhoudelijke wijziging en 2 tot afname van de rouwzorg. 26 respondenten zijn voornemens hun aanbod te wijzigen. In 15 gevallen wil men uitbreiden, in 6 gevallen wijzigen en in 5 gevallen het aanbod doen afnemen.
Hoeveel mensen maken er gemiddeld per jaar gebruik van de volgende activiteiten binnen de afdeling?
| Antwoord | 0 | 15 | 30 mensen |
|---|---|---|---|
| rouwzorg rondom overlijden |
|
||
| steun bij Rouw |
|
||
| rouwbegeleiding individueel |
|
||
| rouwbegeleiding in groepen |
|
||
| Medianen gebaseerd op 103 respondenten | |||
Hoe zorgt de organisatie voor een goed verloop van de vrijwillige Rouwzorg en welke uitgangspunten hanteert de organisatie daarbij?
Onderstaande antwoorden geven inzicht in het hoe en wat van het vrijwilligerswerk in de Rouwzorg zoals dat in een bepaalde organisatie, of afdeling van die organisatie, plaatsvindt.
Onder welke categorie(en) van het schematisch overzicht Rouwzorg valt het aanbod vrijwillige Rouwzorg van de organisatie?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| rouwzorg rondom overlijden |
|
||
| steun bij Rouw |
|
||
| rouwbegeleiding individueel |
|
||
| rouwbegeleiding in groepen |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Zijn er elementen in het aanbod waardoor het zich duidelijk onderscheidt van wat andere organisaties aanbieden?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| ja, vanwege de specifieke doelgroep |
|
||
| ja, vanwege de specifieke werkvormen |
|
||
| ja, vanwege de specifieke visie |
|
||
| ja, vanwege een ander element |
|
||
| nee |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Vanuit welke uitgangspunten en/of levensovertuiging biedt de organisatie Rouwzorg aan?
20 procent van de mensen geeft aan dat ook Rouwzorg door betaalde krachten binnen hun organisatie wordt aangeboden.
Waarom zet de organisatie vrijwilligers in voor Rouwzorg?
Categorisatie van de specificaties van "Anders":
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| omdat het een vrijwilligersorganisatie is |
|
||
| omdat vrijwilligers naast mensen staan, de rouwzorg is daardoor laagdrempelig en gelijkwaardig |
|
||
| de vrijwilliger is ervaringsdeskundige / lotgenoot |
|
||
| door de vrijwillige inzet benadruk je dat rouw een normale reactie is op verlies |
|
||
| vrijwilligers hebben de tijd |
|
||
| het mededogen met de medemens |
|
||
| gemeentebeleid |
|
||
| 100% = 37 respondenten | |||
Wat wil de organisatie uiteindelijk met haar Rouwzorgaanbod bereiken?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| preventie voorkomen van isolement, stagnatie van het rouwproces en gang naar professionele instanties |
|
||
| door de ondersteuning nabestaanden weer naar de toekomst te laten kijken en uiteindelijk het leven weer zelfstandig ter hand nemen |
|
||
| hulp bieden aan wie dat nodig heeft |
|
||
| inzicht in het rouwproces laten ontstaan waardoor de nabestaande het verlies een plek kan gaan geven |
|
||
| herkenning en erkenning bij en door lotgenoten organiseren |
|
||
| laagdrempelige steun zijn |
|
||
| ondersteuning van de pastores |
|
||
| het taboe rondom dood doorbreken |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Contact met de organisatie en zijn vrijwilligers gezien vanuit de nabestaande:
Kennismaking en het verkennen van de wederzijdse verwachtingen
Elke nabestaande die steun zoekt bij zijn rouw en daarvoor een organisatie benadert die iets passends biedt, loopt hetzelfde proces door: vinden, aanmelden, kennismaken, beslissing of Rouwzorg geboden kan worden, de Rouwzorg zelf, vertrekken.
Hoe is de organisatie bereikbaar?
De meeste organisaties zijn bereikbaar via de telefoon, een flink aantal inmiddels ook per e-mail.
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| telefoon |
|
||
|
|
|||
| website |
|
||
| inloopruimte/kantoor |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Hoe moet de nabestaande een verzoek om steun kenbaar maken?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| telefonisch (bandje inspreken) |
|
||
| via e-mail |
|
||
| via de website |
|
||
| een inschrijfformulier opsturen |
|
||
| verwijzing van een huisarts of andere instelling |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Krijgt de nabestaande informatie op papier?
Wie doet de kennismaking?
Waar vindt de kennismaking plaats?
Opmerking:Binnen Humanitas wordt 92,5 % van de kennismakingen thuis gedaan.
Wordt er iets opgeschreven?
Op basis waarvan bepaalt de organisatie of een nabestaande op zijn plek is en daadwerkelijk Rouwzorg kan krijgen van een vrijwilliger?
Opmerking:Binnen Humanitas bepaalt het gevoel of het klikt in 70% van de afdelingen.
Verwijst uw organisatie nabestaanden door naar andere rouwzorg verlenende organisaties?
Hoeveel tijd zit er tussen de aanmelding door de nabestaande en de start van Rouwzorg?
Opmerking:Binnen Humanitas kan 70% van de nabestaanden binnen twee weken van start. Dit komt overeen met het gegeven dat er veel individuele rouwzorg wordt aangeboden, die in vele organisaties bijna direct kan worden geregeld.
Contact met de organisatie en zijn vrijwilligers gezien vanuit de nabestaande:
De Rouwzorg zelf
Welke vorm van rouwzorg verleent uw organisatie?
| Definities | Rouwzorg rondom het overlijden | Steun bij Rouw |
|---|---|---|
| Tijd en aandacht geven aan de ernstig zieke, de naasten en/of verdere omgeving in de periode rondom het overlijden, door in de thema's sterven, dood en rouw geschoolde vrijwilligers. | Het bieden van een "luisterend oor" aan, en het zijn van een klankbord voor nabestaanden en hun omgeving gedurende een niet vooraf bepaalde periode, door in verliesverwerking geschoolde vrijwilligers. | |
| Vorm & Werkwijze |
|
|
| 100% = 14 respondenten | 100% = 66 respondenten | |
| Definities | Rouwbegeleiding - Individueel | Rouwbegeleiding - Groepen |
| Het bieden van structurele methodische ondersteuning in de voortgang resp. in het herstel van de dynamiek in een normaal verlopend rouwproces aan nabestaanden, gedurende een bepaalde periode, door specifiek in rouwbegeleiding geschoolde vrijwilligers. | ||
| Vorm & Werkwijze |
|
|
| 100% = 54 respondenten | 100% = 62 respondenten | |
Contact met de organisatie en zijn vrijwilligers gezien vanuit de nabestaande:
De Rouwzorg zelf
Startmoment van een activiteit
Wie bepaalt welke vrijwilliger aan welke nabestaande Rouwzorg verleent?
Indien het een groepsactiviteit betreft: Wie bepaalt de samenstelling van een groep deelnemers?
Is er een tussentijdse evaluatie met de nabestaande om te checken of de activiteit bevalt?
Contact met de organisatie en zijn vrijwilligers gezien vanuit de nabestaande:
Afronding van het contact en evaluatie
Wanneer wordt een contact afgerond?
Vindt er een evaluatie plaats?
Rouwzorg rondom overlijden
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| ja, schriftelijk |
|
||
| ja, mondeling |
|
||
| nee |
|
||
| 100% = 14 respondenten | |||
Steun bij Rouw
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| ja, schriftelijk |
|
||
| ja, mondeling |
|
||
| nee |
|
||
| 100% = 66 respondenten | |||
Rouwbegeleiding individueel
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| ja, schriftelijk |
|
||
| ja, mondeling |
|
||
| nee |
|
||
| 100% = 54 respondenten | |||
Rouwbegeleiding in groepen
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| ja, schriftelijk |
|
||
| ja, mondeling |
|
||
| nee |
|
||
| 100% = 62 respondenten | |||
Wat wordt er met de ervaringen gedaan?
Rouwzorg rondom overlijden
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| niets |
|
||
| in teamoverleg besproken |
|
||
| verzameld voor een jaarverslag |
|
||
| werkwijze wordt aangepast |
|
||
| 100% = 14 respondenten | |||
Steun bij Rouw
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| niets |
|
||
| in teamoverleg besproken |
|
||
| verzameld voor een jaarverslag |
|
||
| werkwijze wordt aangepast |
|
||
| 100% = 66 respondenten | |||
Rouwbegeleiding individueel
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| niets |
|
||
| in teamoverleg besproken |
|
||
| verzameld voor een jaarverslag |
|
||
| werkwijze wordt aangepast |
|
||
| 100% = 54 respondenten | |||
Rouwbegeleiding in groepen
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| niets |
|
||
| in teamoverleg besproken |
|
||
| verzameld voor een jaarverslag |
|
||
| werkwijze wordt aangepast |
|
||
| 100% = 62 respondenten | |||
Zijn er wel eens klachten van nabestaanden?
Is er een klachtenprocedure voor gebruikers van de Rouwzorg?
Contact met de organisatie en zijn vrijwilligers gezien vanuit de nabestaande:
Informatieve vragen over het veld
Weet u waarom een nabestaande voor uw organisatie kiest?
Categorisatie van de redenen dat een nabestaande voor de organisatie kiest:
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| vanwege de levensbeschouwelijke visie van de organisatie, of juist omdat de organisatie geen bepaalde geloofsovertuiging uitdraagt. |
|
||
| omdat de rouwzorg laagdrempelig is; geen medisch circuit of therapie |
|
||
| door mond tot mond reclame |
|
||
| omdat de organisatie lokaal goed bekend staat |
|
||
| door verwijzing door de arts |
|
||
| via eigen PR (folders, persberichten) |
|
||
| omdat het lotgenotencontact is |
|
||
| er is verder geen lokaal aanbod |
|
||
| de rouwzorg wordt als vervolg op terminale zorg, of slachtofferhulp actief aangeboden |
|
||
| omdat het gratis is |
|
||
| vanwege de specifieke doelgroep: kinderen of nabestaanden na zelfdoding |
|
||
| omdat huisbezoek een laagdrempelige vorm van rouwzorg is |
|
||
| 100% = 79 respondenten | |||
Contact met de organisatie en zijn vrijwilligers gezien vanuit de nabestaande:
Hoe kan de dienstverlening ten opzichte van nabestaanden verbeterd worden?
Op de eerste plaats is er behoefte aan meer bekendheid en afstemming van het regionale aanbod en van rouwzorg in het algemeen.
Op de tweede plaats bestaat er behoefte aan inhoudelijke verbeteringen binnen de organisaties.
Tot slot is er behoefte aan specialisatie van het huidige rouwzorgaanbod.
Zestien organisaties geven aan geen verbetersuggesties te hebben en/of tevreden te zijn met de huidige gang van zaken.
Vier organisaties kunnen nog geen verbetersuggesties geven aangezien hun aanbod nog in de startfase verkeert.
| Gebied | Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|---|
| Bekendheid & regionale afstemming | meer PR, waaronder aandacht in regionale kranten |
|
||
| meer (regionale) samenwerking en waar mogelijk regionaal aanbod |
|
|||
| meer bekendheid aan rouwzorg geven |
|
|||
| beter contact met verwijzers |
|
|||
| Inhoudelijke verbetering | meer betaalbare toerustings en scholingsmogelijkheden voor vrijwilligers |
|
||
| beter en intensiever contact met de vrijwillige rouwbegeleiders vanuit de organisatie, bijvoorbeeld in de vorm van intervisie |
|
|||
| meer geld voor PR en scholing |
|
|||
| stevigere organisaties: sterker bestuur, professionele coördinator |
|
|||
| meer vrijwilligers |
|
|||
| door toetsbare kwaliteitsrichtlijnen op te stellen |
|
|||
| door met evaluatieformulieren te werken |
|
|||
| Specialisatie | uitbreiding van het aanbod voor specifieke groepen, zoals kinderen, grootouders, jong partnerverlies e.d. |
|
||
| meer themabijeenkomsten |
|
|||
| 100% = 68 respondenten | ||||
Contact met de organisatie gezien vanuit de vrijwilliger:
Vinden van de juiste organisatie
Elke vrijwilliger die Rouwzorg wil verlenen via een organisatie, loopt hetzelfde proces door: vinden, kennismaken, de Rouwzorg verlenen, vertrekken.
Werft uw organisatie vrijwilligers actief?
Hoe komt de aspirant-vrijwilliger in contact met de organisatie?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| voorheen als gebruiker van de rouwzorg betrokken geraakt |
|
||
| via de vrijwilligerscentrale |
|
||
| via oproepen, advertenties, persberichten en interviews in kranten |
|
||
| via mond op mondreclame |
|
||
| mensen komen op eigen initiatief |
|
||
| via voorlichtings- bijeenkomsten, trainingen of symposia |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Zijn er instapeisen voor vrijwilligers?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| nee |
|
||
| lidmaatschap van de organisatie |
|
||
| bepaalde opleiding (*) |
|
||
| eigen verlieservaring |
|
||
| woonachtig binnen de regio |
|
||
| anders |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
* 16 organisaties vragen naar een eigen training, 7 naar de trainingen Nabijblijven en / of een bepaald algemeen opleidingsniveau (HBO, Middelbare opleiding).
Categorisatie van de specificaties van "Anders" (33 respondenten):
| Antwoord | Aantal # |
|---|---|
| empathie, inlevingsvermogen, medeleven | 10 |
| het moet klikken met de organisatie en haar voorwaarden, waaronder bereidheid tot scholing | 9 |
| levenservaring, stabiel in het leven staan | 5 |
| goed kunnen luisteren | 7 |
| kunnen omgaan met eigen en andermans verdriet (inzicht en reflectie) | 5 |
| integer zijn | 2 |
| beschikbare tijd | 2 |
| niet van toepassing | 2 |
De vrijwilliger hoort veelal in een kennismakingsgesprek welke eisen gesteld worden.
Zijn er vaststaande voorwaarden waaraan een vrijwilliger moet voldoen om een bepaalde functie uit te voeren?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| nee |
|
||
| men moet een bepaalde training doen |
|
||
| men moet een bepaalde tijd meedraaien |
|
||
| anders |
|
||
| geen antwoord |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Categorisatie van de specificaties van "Anders":
| Antwoord | Aantal # |
|---|---|
| men moet bepaalde vaardigheden hebben | 7 |
| men moet een eigen verlieservaring hebben | 6 |
| men bereid zijn tot deelname aan scholing | 3 |
| men moet het eigen verlies voldoende verwerkt hebben | 2 |
| men moet tijd hebben | 2 |
Zijn er redenen om van de voorwaarden af te wijken?
Contact met de organisatie gezien vanuit de vrijwilliger:
Opleiding
81 procent van de vrijwilligers krijgt een training of cursus voordat hij met zijn werk begint.
Vier van de vijf vrijwilligers zijn dus geschoolde rouwzorgers.
In de scholing wordt even vaak wel als niet rekening gehouden met wat iemand al kan en weet.
68 procent van de organisaties gebruikt de opleiding om te bepalen of de aspirant geschikt is als vrijwilliger. Er zit dus een selecterend element in hun scholing.
De vrijwilliger kan vaak geschoold worden zodra hij binnenkomt of zodra er voldoende aanmeldingen zijn. Slechts 11 procent hanteert vaste trainingsmomenten in het jaar.
De helft van de vrijwilligers ontvangt aan het eind van de opleiding een deelnamecertificaat of diploma.
Contact met de organisatie gezien vanuit de vrijwilliger:
Inwerken
35 procent van de organisaties sluit met de nieuwe vrijwilliger een vrijwilligerscontract of overeenkomst af.
95 procent van de organisaties regelt voor de beginnende vrijwilliger een aanspreekpunt.
78 procent heeft afspraken over de begeleiding.
50 procent van de organisaties heeft criteria om te toetsen of de nieuwe vrijwilliger aan de slag kan.
Deze zijn:
| Antwoord | Aantal # |
|---|---|
| de opleiding met succes doorlopen hebben | 16 |
| een wederzijds bevredigend (evaluatie)gesprek met de coördinator | 15 |
| het eigen verlies voldoende verwerkt hebben | 5 |
| goed kunnen luisteren | 5 |
| stevig en stabiel zijn | 5 |
Contact met de organisatie gezien vanuit de vrijwilliger:
Supervisie en intervisie
Krijgt een vrijwilliger inhoudelijke begeleiding in de periode dat hij voor de organisatie vrijwillige rouwzorg verleent?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| nee |
|
||
| ja, verplicht |
|
||
| ja, vrijblijvend |
|
||
| ja, individueel |
|
||
| ja, groepsgewijs |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
95 mensen geven aan dat vrijwilligers met elkaar ervaringen uitwisselen.
Dit gebeurt op de volgende wijzen:
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| in aparte intervisie bijeenkomsten |
|
||
| napraten na een activiteit |
|
||
| op themadagen |
|
||
| 100% = 95 respondenten | |||
Zijn er individuele voortgangsgesprekken met de vrijwilligers?
Contact met de organisatie gezien vanuit de vrijwilliger:
Deskundigheidsbevordering
In 67 procent van de organisaties zijn er binnen de organisatie mogelijkheden voor bijscholing, opfrissen van vaardigheden en kennis.
Hoe is dat vormgegeven?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| een jaarlijkse themadag |
|
||
| een abonnement op een informatieve nieuwsbrief |
|
||
| vaker terugkerende themadagen/workshops |
|
||
| 100% = 69 respondenten | |||
Ook 67 procent van de organisaties beveelt mogelijkheden tot scholing buiten de eigen organisatie aan.
Is deelname aan deskundigheidsbevorderingsactiviteiten verplicht?
Contact met de organisatie gezien vanuit de vrijwilliger:
Mogelijkheden voor doorstroom
In 61 procent van de organisaties kan een vrijwilliger overstappen van de ene naar de andere functie (bijvoorbeeld van individueel huisbezoeker naar groepsbegeleider).
Daaraan zijn slechts in een kwart van de gevallen vaststaande voorwaarden verbonden.
Deze zijn: gebleken bekwaamheid en geschiktheid, een kadercursus voor groepswerk volgen, of meelopen met een meer ervaren vrijwilliger.
Dergelijke overstappen naar een nieuwe functie vinden in 47 organisaties daadwerkelijk plaats.
Contact met de organisatie gezien vanuit de vrijwilliger:
Vertrek van een vrijwilliger
Wat zijn de belangrijkste redenen voor vertrek bij uw organisatie?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| persoonlijke omstandigheden |
|
||
| geen tijd meer |
|
||
| geen uitdaging meer |
|
||
| emotioneel te zwaar werk |
|
||
| anders |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Opmerking: andere redenen zijn onder andere verhuizing, overlijden of iemand past niet binnen de organisatie.
73 organisaties/respondenten zien redenen waardoor een vrijwilliger door de organisatie verzocht kan worden om afscheid te nemen.
Deze zijn:
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| de naam en visie v.d. organisatie niet goed vertegenwoordigen |
|
||
| te professioneel willen werken |
|
||
| rouwproces van de vrijwilliger verstoort begeleidingstaak |
|
||
| (dreigend) schaden van de hulpvrager |
|
||
| tegenvallende motivatie of inzetbaarheid |
|
||
| 100% = 73 respondenten | |||
Klachten van vrijwilligers
24 procent van de respondenten weet dat er weleens klachten zijn van vrijwilligers.
Slechts 37 mensen geven aan dat er ook een klachtenprocedure is.
Contact met de organisatie gezien vanuit de vrijwilliger:
Vertrek van een vrijwilliger
Wat ervaren de vrijwilligers binnen uw organisatie op dit moment als knelpunten bij het uitvoeren van de vrijwillige Rouwzorg?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| te weinig te doen, te weinig aanvragen |
|
||
| te veel te doen, te weinig vrijwilligers |
|
||
| te zwaar werk |
|
||
| zwakke organisatie |
|
||
| te weinig ondersteuning |
|
||
| te veel regels |
|
||
| concurrentie van betaalde zorg |
|
||
| er zijn geen knelpunten |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Wat zou de organisatie op dit moment helpen in het werken met vrijwilligers?
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| meer tijd beschikbaar |
|
||
| wanneer vrijwilligers meer zouden reflecteren op hun eigen functioneren |
|
||
| wanneer vrijwilligers enthousiaster zijn voor deskundigheids- bevordering |
|
||
| Anders |
|
||
| 100% = 103 respondenten | |||
Categorisatie van de specificaties van "Anders":
| Antwoord | 0% | 50% | 100% |
|---|---|---|---|
| geen wensen, n.v.t. |
|
||
| meer aanvragen |
|
||
| (ondersteuning bij) regionale samenwerking tussen organisaties |
|
||
| meer bekendheid |
|
||
| meer vrijwilligers |
|
||
| meer geld |
|
||
| 100% = 62 respondenten | |||