Zicht op kwaliteit
Kwaliteitsborging rouwzorg door vrijwilligers
Verslag van het Congres Kwaliteitsborging rouwzorg door vrijwilligers op 5 november2005
Nabestaanden verdienen kwalitatief verantwoorde rouwzorg. Ook als het om vrijwillige zorg gaat, vinden vrijwilligersorganisaties. Daarom komt er een systeem dat de kwaliteit in de rouwzorg zichtbaar maakt. Bij de ontwikkeling van dat kwaliteitssysteem speelt de inbreng van vrijwilligers de hoofdrol, zo bleek tijdens het LSR-congres ‘Kwaliteitsborging rouwzorg door vrijwilligers’ op 5 november.
Stilte na een warm applaus. Hier en daar is de ontroering onderdrukt hoorbaar. Het herkenbare verhaal van een rouwbegeleidster raakt de harten van de vrijwillige zorgverleners in de zaal.
"Een weduwe die ik kwam begeleiden bij de verliesverwerking van haar overleden man, was zo boos. Boos op haar man omdat hij dood was gegaan. En boos op de huisarts die zijn dood niet had tegengehouden. Daarom zei de vrouw nauwelijks iets tijdens mijn bezoeken bij haar thuis. Toch bleef ik komen. Na een half jaar ontdooide de weduwe toen ze erachter kwam dat ik in het verleden ook mijn man had verloren. En mijn kind. Dat gaf haar het vertrouwen dat ze door mij werd begrepen. Vanaf dat moment stelde ze zich open en begon ze te praten."
De acteurs van Theater Draad vertolken het verhaal van de vrijwillige hulpverlener ter plekke voor het publiek. De boodschap is onmiskenbaar helder: door haar persoonlijke inzet kan de zorgverlener de rouwende weduwe werkelijk bijstaan in het proces van verliesverwerking.
Wat is rouwzorg?
Steeds meer rouwzorg wordt door vrijwilligers aangeboden. Heel goed volgens de LSR, omdat zo een specifiek aanbod van rouwzorg wordt aangeboden voor steeds meer specifieke vragen van nabestaanden. LSR-voorzitter Klaas Dirk Bruintjes vertelt de congresbezoekers: "Omdat nabestaanden die bij ons aan de telefoon naar hulpverleners worden verwezen vaak vragen of vrijwilligers in de rouwzorg wel echt voldoende gekwalificeerd zijn, ontstond bij ons de vraag: wat is goed? Die vraag konden we niet beantwoorden. Er ontbrak een kwaliteitsnorm. Om nabestaanden te kunnen doorverwijzen naar vrijwilligers die deskundig zijn met betrekking tot de zorg die zij bieden én om geen valse verwachtingen te wekken bij nabestaanden, willen we meer zicht krijgen op werkelijke kwaliteit."
Om te horen hoe vrijwilligersorganisaties zelf denken over de kwaliteit van de rouwzorg, maakte LSR-directeur Evelien Groen vier jaar geleden een rondje langs de velden. Ze sprak met de Vereniging Ouders van een Overleden Kind, met Humanitas, met de Stichting Elisabeth Kübler-Ross, met de Stichting Achter de Regenboog, met de Contactgroep Nabestaanden van Kankerpatiënten en vele andere organisaties.
"Ook zij zitten met het probleem van de kwaliteit, met de vraag hoe ze dat kunnen waarborgen," vervolgt Bruintjes. "Wij vonden dat we als LSR een stap moesten zetten in de richting van alle vrijwilligersorganisaties. Daarom richtten we de gezamenlijke Werkgroep Certificering in 2002 op. Toen bleek dat er eerst eenduidige taal nodig was voor we konden praten over kwaliteit. Een identiek aanbod van rouwzorg werd door verschillende organisaties verschillend betiteld. Ook bleken organisaties vaak een andere inhoud te geven aan een zelfde benaming van zorg. Voor de onderlinge communicatie en in het belang van de nabestaanden moest er een uniforme definiëring van de rouwzorg komen."
Na veel discussie en toetsing van begrippen in het land zag eind 2002 de eerste vrucht van gezamenlijke arbeid het licht: de publicatie ‘Gezamenlijk doel, gedeelde woorden’, een schematisch overzicht van begrippen en verklaringen.
Wat is goed?
Toch bleef de vraag: wat is goede rouwzorg? Om verder te werken aan de zichtbaarheid van de kwaliteit van rouwzorg, werd in 2003 de Stuurgroep Rouwzorg opgericht. Behalve de LSR zitten daarin ook het Instituut voor Sociaal Wetenschappelijk Beleidsonderzoek en Advies, het Landelijke Steunpunt Vrijwilligers Palliatieve Zorg, Humanitas, Stichting Achter de Regenboog, Stichting Elisabeth Kübler-Ross en de Vereniging Ouders van het Overleden Kind. Er kwam een projectbeschrijving en Floor Wijnands werd als projectleider aangesteld.
Januari vorig jaar was de officiële start van het project ‘Kwaliteitsborging Rouwzorg door Vrijwilligers’. Binnen de verschillende organisaties vond een inventarisatie plaats wat er precies gebeurt op het gebied van rouwzorg. Ondanks de enorme diversiteit in de zorgactiviteiten, vinden de organisaties dat er landelijke afspraken moeten komen over hoe organisaties werken en wat nabestaanden van een vrijwilliger kunnen verwachten. Alle partijen zijn het eens over de noodzaak van goed toetsbare rouwzorg.
Als antwoord op de vraag wie dat moet organiseren wijzen de deelnemende organisaties in de Stuurgroep naar de LSR. Hun argumenten "Jullie hebben de mogelijkheden, het overzicht, de financiën en de mensen". Bruintjes hierover: "Tegen deze argumenten zijn wij niet bestand. We gaan deze kar trekken. Mits het iedereen heel duidelijk is dat het nooit een exclusieve LSR-activiteit mag worden. Kwaliteit is een gezamenlijke inspanning."
Bruintjes sluit zijn lezing af met wat hij het acht puntenplan van de LSR noemt. Hierin staat onder meer dat "de LSR haar takenpakket uitbreidt met de organisatie van ‘kwaliteit van rouwzorg door vrijwilligers’ en bereid is hiervoor extra investeringen te doen. De LSR stelt een kwaliteitsmedewerker aan, die in overleg met de deelnemende partijen de plannen voor het kwaliteitssysteem gaat realiseren." Hiermee zijn de eerste stappen op weg naar kwaliteitsborging van vrijwillige rouwzorg gezet.
Dit nieuws brengt de congresgangers in de juiste stemming om een workshop te volgen. Zij hebben keuze uit tien parallelle sessies rond het thema, jawel: ‘kwaliteit’.
Workshop ‘Ken je kwaliteiten’
"Als je de kwaliteit in jezelf ziet, kun je hem ook herkennen in een ander." In haar workshop ‘Ken je eigen kwaliteit’ legt Marjolein Meijer, organisatieadviseur van Kern Konsult, uit hoe je als zorgverlener de kernkwaliteiten in jezelf herkent. Plus de bijhorende valkuilen (doorschieten in je kwaliteit), allergie (een kwaliteit in de ander waar je een hekel aan hebt) en de uitdaging (de kwaliteit in de ander waar je de pest aan hebt, maar waarvan je kunt leren).
De invulling van het kwadrant begint met je allergie. Ben je allergisch voor onverschillige personen? Het positief tegenovergestelde is je kernkwaliteit: dat kan behulpzaamheid zijn. Schiet je door in je kernkwaliteit, dan kom je in je valkuil: bemoeizucht in dit geval. Het positief tegenovergestelde van je valkuil is je uitdaging: loslaten.
"Je allergie is je leermeester," licht Meijer toe. "En je krijgt veel kansen om te leren. Want met je eigen valkuil roep je je allergie bij de ander op. Ben jij bemoeizuchtig? Dan reageert de ander met onverschilligheid. Want jij regelt het toch wel. Maar koppel je je kernkwaliteit aan je uitdaging, dan zit je in je kracht."
Meer informatie:
- Bekijk een fotoverslag van het Congres
- Tekst van de voordracht van Klaas Dirk Bruintjes, voorzitter LSR (
19 kB) - Tekst van de voordracht van Arthur Polspoel (
34 kB)
Verslag door Annette Rebel